Een meerzomig Aziatisch geelpatrijs Wyandottekrielhaantje trok mijn aandacht op de Noordshow 2012. Niet alleen vanwege zijn kanariegele kleur. Zijn borsttekening was uitgesproken aanwezig en leek welhaast die van een berken, wat hem iets extra’s gaf, dat lichte goudgeel op die groenglanzende ondergrond.
Hoe zit dat eigenlijk met de borstkleur van meerzomige hanen? Op basis van een rondje leeswerk van fokkers die deze kleurslag in gladvederig fokten (Wyandottes, Cochins groot en kriel, Brahma’s, Orpingtons) gaf geen enkele opheldering.
Ook niet omtrent de schachtstreeptekening van het halsbehang gerelateerd aan de borsttekening. Ook niet omtrent de zusters van de hanen. Die werden nooit genoemd. Slechts de nakomelingen werden genoemd op basis waarvan conclusies getrokken werden welke telkens hetzelfde was: er is geen pijl op te trekken, je krijgt van alles wat.
Van alles wat gerelateerd aan wat? Aan een vage standaardbeschrijving? Of overgeleverd aan de smaak en de competentie van een keurmeester? Wat sterk wisselt en nogal erg subjectief is zoals we weten... zeker een A-keurmeester die ook bankivapatrijs (e+) hanen voor z’n neus krijgt.
Feit is gewoon dat meerzomig Aziatisch patrijs hanen met de zwartste borsten meer punten krijgen dan hun collega’s met meer grondkleur erdoor.
Wat moet je hiermee als fokker van deze kleurslag?